Lesson 2.4 - Twee zones, drie strippenTwee zones, drie strippen| John | Zeg, jij reist toch wel eens met de tram? | | Heidi | Elke dag, zowat. | | John | Kun jij me dan eens uitleggen hoe ik die strippenkaart moet gebruiken? | | Heidi | De strippenkaart? Weet je dat niet? | | John | Nee, ik ga nooit met de tram. | | Heidi | Kom je nooit in de stad, dan? | | John | Nee, bijna nooit. En als ik de stad in ga, dan ga ik met de auto. | | Heidi | Maar dan betaal je een fortuin aan parkeergeld! | | John | Ja, inderdaad. Daarom neem ik vanavond dus een keer de tram. | | Heidi | Je gaat de stad in vanavond? | | John | Ja, ik ga wat eten met iemand van m'n werk. | | Heidi | Leuk. Nou, let op. Je moet eerst uitzoeken hoeveel zones je reist. Dat kun je zien op de plattegrond bij de tramhalte. | | John | En elke zone is één strip? | | Heidi | Ja, maar je moet daar altijd nog een strip bijtellen. Dus als je twee zones reist, is dat drie strippen. | | John | En die moet ik alle drie stempelen? | | Heidi | Nee, je stempelt alleen de laatste strip. Kijk, je vouwt de kaart en duwt hem in de automaat. Die stempelt dan bovenop de strip. | | John | Ah. Ik snap het. Bedankt! | | Heidi | Graag gedaan. En veel plezier vanavond! |
©2009 Taalthuis Design: www.joygroup.nl Disclaimer
|