Test level 1 - #01

Click on the answer you think is correct.


1. How would you spell this?
   a) het bane
   b) het been
   c) het bien
   d) het bene

2. Which sentence is wrong?
   a) Dat huis is niet groot.
   b) De pen is niet groen.
   c) Dat is geen potlood.
   d) Het potlood is geen klein.

3. Which two words have the article 'het'?
   a) 'huis' and 'kind'
   b) 'man' and 'vrouw'
   c) 'pen' and 'huis'
   d) 'auto' and 'kind'

4. Which two words have the article 'de'?
   a) 'huis' and 'kind'
   b) 'man' and 'vrouw'
   c) 'pen' and 'huis'
   d) 'auto' and 'kind'

5. How would you spell this?
   a) de feets
   b) de fyts
   c) de fuits
   d) de fiets

6. How would you spell this?
   a) de dijk
   b) de dike
   c) de daik
   d) de deek

7. In Dutch 'this book' would be:
   a) deze boek
   b) die boek
   c) dit boek
   d) dat boek

8. How would you spell this?
   a) why werken
   b) why werke
   c) wij werke
   d) wij werken

9. In Dutch 'that pen' would be:
   a) deze pen
   b) die pen
   c) dit pen
   d) dat pen

10. Which sentence is correct?
   a) Deze huis is niet rood.
   b) Dat kleur is niet groen.
   c) Dat huis is niet blauw.
   d) Dit is niet pen.