Test level 1 - #08

Click on the answer you think is correct.


1. If your name would be Jan de Jong, what would be the regular Dutch way to answer the phone?
   a) Jan de Jong spreken
   b) Hallo, spreekt Jan de Jong.
   c) Met Jan de Jong.
   d) Hier Jan de Jong.

2. Which sentence means 'What stamp should be on this letter?'
   a) Wat voor postzegel moet er op deze brief?
   b) Wat postzegel zou er op deze brief zijn?
   c) Wat voor postzegel moet er op deze letter?
   d) Wat stamp zou zijn op deze letter?

3. What's the right plural for 'tafel'?
   a) tafels
   b) tafeln
   c) tafellen
   d) tafelens

4. What's the right plural for 'agenda'?
   a) agendaas
   b) agendas
   c) agendi
   d) agenda's

5. What's the right plural for brief?
   a) briefs
   b) briefen
   c) brieffen
   d) brieven

6. What's the right plural for huis?
   a) huiss
   b) huises
   c) huizes
   d) huizen

7. How do you say this in passive:
Hij eet de kip
   a) De kip is zijn eten
   b) De kip wordt gegeten
   c) De kip wordt zijn gegeten
   d) De kip is worden gegeten

8. How do you say this in passive:
Wij wassen de broeken
   a) De broeken zijn worden wassen
   b) De broeken zijn worden gewassen
   c) De broeken zijn wassen
   d) De broeken worden gewassen

9. What's this?
   a) Is Ron smoking?
   b) Is Ron there?
   c) Is there an oak tree?
   d) Iran loves to rock

10. What does overige bestemmingen mean?
   a) other destinations
   b) the best is over
   c) only postcards
   d) last week's newspaper