Test level 2 - #06

Click on the answer you think is correct.


1. Which sentence could you use to say 'It's been a long time' in Dutch?
   a) Lange tijd geen zien
   b) Dat is lang geleden
   c) Het is een lang been
   d) Het is geweest een lange tijd

2. What's does 'bevalling' mean?
   a) An operation
   b) The delivery of a child
   c) A date
   d) A loan

3. Which one is correct?
   a) De baby lijkt op zijn opa.
   b) De baby na zijn opa lijkt.
   c) De baby kijkt lijk zijn opa.
   d) De baby lijkt naar zijn opa

4. What's an 'opa'?
   a) An old bike
   b) A talk show host
   c) A grandfather
   d) An opera

5. Which one means that an object has everything it should have?
   a) Alles zit erin en ervoor
   b) Alles zit erop en ernaar
   c) Alles zit ertoe en eraan
   d) Alles zit erop en eraan

6. What's 'kaal'?
   a) An emergency call
   b) Bold
   c) Courageous
   d) Gentle

7. What does 'apetrots' mean?
   a) very proud
   b) very stupid
   c) very rocky
   d) very funny

8. What's a 'wiegje'?
   a) a babysitter
   b) a cradle
   c) a grandfather
   d) a birth announcement card

9. What's the right way to say you were born in Amsterdam?
   a) Ik ben in Amsterdam geboren
   b) Ik was in Amsterdam geboren
   c) Ik ben in Amsterdam geboord
   d) Ik was in Amsterdam geboord

10. Which one is a grandson?
   a) kleinzoon
   b) grootzoon
   c) kleinzon
   d) grootzon