Test level 2 - #07

Click on the answer you think is correct.


1. Which sentence is stating correctly that it's going to be a cloudy day?
   a) Het wordt een wolkige dag
   b) Het wordt een bewolkte dag
   c) Het is gaan te zijn een wolke dag
   d) Het wordt een dag wolken

2. What's 'onderwijs'?
   a) something very stupid
   b) below avarage
   c) education
   d) magic

3. Which one is correct?
   a) Ik wens u nog een prettige dag.
   b) Ik wens naar u een nog prettige dag.
   c) Ik wens u nog een prettig dagen.
   d) Ik wens u een nog prettige dagen.

4. What's 'more or less' in Dutch?
   a) ongeveer
   b) moer of lees
   c) eventjes
   d) overdag

5. What's the past of 'ik loop''?
   a) ik liep
   b) ik loopte
   c) ik leep
   d) ik loopde

6. What's the past of 'wij staan'?
   a) wij staanden
   b) wij staanten
   c) wij stonden
   d) wij stanten

7. What does 'optocht' mean?
   a) uptight
   b) through
   c) show
   d) procession

8. What are 'files'?
   a) fish
   b) feelings
   c) acts of protest
   d) traffic jams

9. How can you say 'every now and then' in Dutch?
   a) af en toe
   b) soms
   c) een enkele keer
   d) wel eens

10. Which one means 'direction'?
   a) richting
   b) kijkers
   c) omgekeerd
   d) bedrading