Test level 2 - #08

Click on the answer you think is correct.


1. Which sentence is stating correctly that someone doesn't need to get up?
   a) Hij is niet nodig op te staan
   b) Hij nodig niet op te staan
   c) Hij hoeft niet op te staan
   d) Hij krijgt niet op te staan

2. What's does 'verplicht' mean?
   a) educational
   b) very light
   c) compulsory
   d) free

3. Which one is correct?
   a) Kinderen of 4 jaar gaan naar de basisschool
   b) Kinderen vanaf 4 jaar gaan toe de basisschool
   c) Kinderen of 4 jaar gaan toe de basisschool
   d) Kinderen vanaf 4 jaar gaan naar de basisschool

4. What's 'to finish' in Dutch?
   a) afmaken
   b) afsteken
   c) namaken
   d) nasteken

5. Which one means 'change'?
   a) verandering
   b) benadering
   c) vereniging
   d) bekering

6. What are 'prestaties'?
   a) reports
   b) payments
   c) efforts
   d) teachers

7. What does 'docenten' mean?
   a) to judge
   b) to graduate
   c) documents
   d) teachers

8. What is a 'keuze'?
   a) choice
   b) cheese
   c) traffic jam
   d) report

9. How can you say that you find something to be easy?
   a) Dat vind ik te zijn makkelijk
   b) Dat vind ik moeilijk
   c) Dat vind ik makkelijk
   d) Dat vind ik te zijn moeilijk

10. What is NOT a schooltype?
   a) KNMI
   b) VWO
   c) HAVO
   d) MAVO