Test level 2 - #09

Click on the answer you think is correct.


1. Which sentence is stating correctly that you 'can't come up with something'?
   a) Ik kan niet opkomen met iets
   b) Ik kan me niks verdenken
   c) Ik kan niks verzinnen
   d) Ik kan niks opkomen

2. What's does 'spullen' mean?
   a) things
   b) to waste
   c) to spoil
   d) snacks

3. Which one is correct?
   a) Vertel maar me wat je al hebt
   b) Vertel me wat je maar al hebt
   c) Vertel aan me wat je al hebt
   d) Vertel me maar wat je al hebt

4. What's a pie in Dutch?
   a) paai
   b) slagroom
   c) taart
   d) vlooi

5. Which one means 'that's a good one'?
   a) Dat is een goeie
   b) Dat is een goed eentje
   c) Dat is eentje goed
   d) Dat is een goeie eend.

6. What's a 'servetje'?
   a) a snack
   b) a dish
   c) a waiter
   d) a napkin

7. What does 'sinaasappelsap' mean?
   a) sweet appel juice
   b) appel pie
   c) an appel shaped face
   d) orange juice

8. Wha are 'borrelhapjes'?
   a) drinks with a lot of alcohol
   b) titbits
   c) napkins
   d) drinks without alcohol

9. How can you express that you hadn't thought of something yet ?
   a) Daar heb ik nog niet over gedacht.
   b) Daar heb ik net niet aan gedacht.
   c) Daar heb ik nog niet aan gedacht.
   d) Daar heb ik net niet over gedacht.

10. What means 'grocery list'?
   a) schilderijlijstje
   b) boodschappenlijstje
   c) grosierlijstje
   d) verlanglijstje