Test Colloquial Dutch - Chapter 1

Click on the answer you think is correct.


1. Waar woont Piet?
   a) Piet woont in Amsterdam
   b) Piet woont in Den Haag
   c) Piet woont niet
   d) Piet is getrouwd.

2. Hoe gaat Pauline naar haar werk?
   a) Bij een reisbureau.
   b) Zij is secretaresse.
   c) Met de trein.
   d) Marius en Charlotte.

3. Which sentence is correct?
   a) Waar woon je, meneer de Groot?
   b) Waar woont u, Piet?
   c) Waar woont je, Piet?
   d) Waar woont u, mevrouw Van Dam?

4. Waar is Lien de Vries geboren?
   a) Utrecht
   b) 7 januari
   c) 1.68 M
   d) Staveren

5. Wat is het beroep van Otto Schmidt?
   a) Bakker
   b) Duitsland
   c) Hanburg
   d) Duitser

6. What's the stem of 'schrijven'?
   a) schrijv
   b) schrijf
   c) schrijft
   d) Schrijvt

7. 'Het is leuk' means
   a) Wet is nice
   b) Let's look
   c) It's nice
   d) Heat is lake

8. If someone asks you 'Wilt u een kopje koffie?' - what would be a correct, affirmative answer?
   a) Dank u
   b) Alstublieft
   c) Bedankt
   d) Niet slecht

9. 'Het gaat uitstekend' means:
   a) Thank you very much
   b) Goodbye
   c) It's going to rain
   d) I'm fine

10. 'See you later' is:
   a) Het gaat slecht
   b) Zie je later
   c) Zee vol water
   d) Tot straks