Test Colloquial Dutch - Chapter 2

Click on the answer you think is correct.


1. Waar zit de regering van Nederland?
   a) Amsterdam
   b) Den Haag
   c) Haarlem
   d) De hoofdstad

2. Waar ligt Groningen?
   a) In het zuiden van Nederland
   b) In het westen van Nederland.
   c) In het noorden van Nederland
   d) In het oosten van Nederland

3. Which sentence is correct?
   a) De man in een keuken is het vader van het kind
   b) De man in de keuken is de vader van het kind
   c) De man in het keuken is de vader van een kind
   d) De man in de keuken is een vader van det kind

4. How do you say 'I don't know'?
   a) Ik weet niet
   b) Ik niet weet
   c) Ik het niet weet
   d) Ik weet het niet

5. Neemt Lien melk en suiker?
   a) Wel melk, geen suiker
   b) Geen melk, geen suiker
   c) Wel melk en ook suiker
   d) Een beetje melk en veel suiker

6. Which one is NOT correct?
   a) Gelukkig spreekt zij Engels
   b) Elke dag Pailine gaat naar Den Haag
   c) Nu moet ik naar huis.
   d) Lien heeft geen suiker in haar koffie.

7. 'Heb je een vuurtje' means:
   a) You'll be furious
   b) Do you want some more?
   c) Do you have a light?
   d) There's a fire

8. What is a 'rijbewijs'
   a) A ride
   b) a driver's license
   c) A 25 guilder note
   d) Something that smells good.

9. 'een rijksdaalder' means:
   a) a train ticket
   b) a traveller's cheque
   c) a hundred dollar note
   d) a 2.5 guilder coin

10. 'As you wish' is:
   a) Als je wist
   b) Zoals je wilt
   c) Al je wensen
   d) Lust je worst