Test Code Nederlands - Les 11

Click on the answer you think is correct.


1. Use the right form of the verb stellen
Mag ik u een vraag ...

   a) stel
   b) stelt
   c) stellen
   d) gesteld

2. Pick the right word:
Ik ben gisteren met de ... naar Maastricht gegaan.



   a) boom
   b) grond
   c) auto
   d) toen

3. Pick the right word:
Maar daar denk je ... aan als het te laat is.
   a) als
   b) bang
   c) pas
   d) doodgaan

4. Which word doesn't belong here:
broek - gezicht - jas - vest
   a) broek
   b) gezicht
   c) jas
   d) vest

5. Use the right form of the verb besteden
Hoeveel tijd ... u daaraan?
   a) besteed
   b) besteedt
   c) besteden
   d) bestedendt

6. Pick the right word:
In Nederland heeft men stemrecht, geen stemplicht, ... :je mag stemmen, je hoeft niet.
   a) dat wil zeggen
   b) bijvoorbeeld
   c) met name
   d) ten slotte

7. Use the right form of the verb: meetellen
Want nu ... ook de vrouw mee
   a) tel
   b) geteld
   c) tellen
   d) telt

8. Which word doesn't belong here:
groep - lid - taal - vereniging
   a) groep
   b) lid
   c) taal
   d) vereniging

9. Pick the right word:
Ik heb ... maar belangstelling in sport.
   a) erg
   b) enkel
   c) precies
   d) zoiets

10. Use the right form of the verb nadenken
Nou, daar moet ik even over ...
   a) nadenken
   b) nadenk
   c) nadenkt
   d) nagedacht