Test Code Nederlands - Les 12

Click on the answer you think is correct.


1. Use the right form of the verb blijven
Dan moet je hier rechts ... lopen tot die winkels.

   a) gebleven
   b) blijft
   c) blijf
   d) blijven

2. Pick the right word:
Even denken. Het moet hier ... zijn.




   a) blijven
   b) voordat
   c) ergens
   d) langs

3. Pick the right word:
We zijn wel drie uur ... geweest met die autotentoonstelling.
   a) plan
   b) uitspreken
   c) bezig
   d) punt

4. Pick the right word:
We lieten elkaar niet meer ...
   a) voorzitter
   b) uitspreken
   c) akkoord
   d) bezig

5. Pick the right words:
Ik wil weten ... je morgen mee naar Arnhem gaat. Ik denk ... ik niet mee ga.
   a) of, dat
   b) of, of
   c) dat, of
   d) dat, dat

6. Use the right form of the verb: vergeten
Neem me niet kwalijk wat is je naam ook alweer? Ik ... het steeds.
   a) vergeets
   b) vergeten
   c) vergeet
   d) vergegeten

7. Which sentence is correct:
   a) Wat zit je nou toch nee te schudden?
   b) wat zit je nou toch tijdens te schudden?
   c) Hoe is dat toch hetzelfde?
   d) Hoe is dat toch neus?

8. Pick the right word:
Wat betekent dat ... eigenlijk?
   a) neus
   b) graad
   c) gebaar
   d) wind

9. Pick the right word:
Ja, wat is warm? Ik geloof een ... of twintig.
   a) gebaar
   b) graden
   c) wind
   d) graad

10. Use the right form of the verb betekenen
Maar dat kan natuurlijk vanalles ...
   a) betekenen
   b) beteken
   c) betekent
   d) gebetekenen