Les 6 Intermediate

Lesson 2.6 – Een klein kindje

Een klein kindje

Ronald Dag Carla, wat fijn je te zien.
Carla Hoi Ronald. Dat is lang geleden dat ik jou zag.
Ronald Hoe voel je je nu na de bevalling?
Carla Wel goed. Maar ik ben blij dat mijn zoontje nu eindelijk is geboren. Mijn buik was zo groot geworden de laatste weken! Wil je naar het kindje gaan kijken? Hij ligt in het wiegje te slapen.
Ronald Ach, wat is hij klein zeg.
Carla Ja en alles zit erop en eraan. Twee oortjes en een neusje en tien kleine vingertjes.
Ronald En tien kleine teentjes?
Carla Ja, die ook. Toe maar, kijk maar even.
Ronald Ik las op het geboortekaartje dat jullie hem twee namen hebben gegeven.
Carla Ja, hij is naar zijn opa genoemd. Die heet ook Arend Jan. Opa is apetrots op zijn eerste kleinzoon.
Ronald Nou, als ik dat kleintje eens bekijk. Hij lijkt zelfs wel een beetje op zijn opa.
Carla Vind je dat?
Ronald Ja, hij is ook zo kaal…

Learn dutch for free