() means that a sentence is not very common, but still correct.
- Mag ik het woordenboek gebruiken?
- Ik kijk altijd naar Sesamstraat (- Altijd kijk ik naar Sesamstraat) (- Naar Sesamstraat kijk ik altijd)
- Ik ga volgende week naar Frankrijk - Volgende week ga ik naar Frankrijk (- Naar Frankrijk ga ik volgende week)
- Ik wou dat het elke dag feest was (- Ik wou elke dag dat het feest was) (- Elke dag wou ik dat het feest was)
- Ik heb gisteren pannekoeken gegeten - Gisteren heb ik pannekoeken gegeten (- Pannekoeken heb ik gisteren gegeten)
- De volgorde van deze zin is helemaal fout - Van deze zin is de volgorde helemaal fout - De volgorde is helemaal fout van deze zin (- Helemaal fout is de volgorde van deze zin)