Exercise “constructing sentences”

Constructing sentences – Exercises



Constructing sentences – Exercises

I – Choose ik ben or ben ik

  1. ………………. vanmorgen vroeg opgestaan.
  2. Gisteren …………….. laat opgestaan.
  3. ………….. te laat?
  4. ………….. nooit in Rotterdam geweest
  5. Waarom …………… niet uitgenodigd ?
  6. In Den Haag …………. ooit eens verdwaald.
  7. Omdat de tram vertraging had …………. te laat gekomen.
  8. Toen ik bij je wegging …………… naar huis gegaan.
  9. Ik ga niet naar Jan en Marieke, want ………….. daar niet welkom.
  10. Als je dat wilt, …………. morgen iets eerder.
  11. Omdat ik op de fiets ben, …………. helemaal nat geregend.
  12. Ik ben nat, want ………….. op de fiets.

II – pick the right sentence

  1. a – Ik geloof dat ik blijf vanavond thuis.
    b – Ik geloof dat ik vanavond blijf thuis.
    c – Ik geloof dat ik vanavond thuis blijf.
  2. a – Ik mag een kopje koffie ?
    b – Mag ik een kopje koffie ?
  3. a – Hij speelt graag gitaar op feestjes.
    b – Hij graag speelt gitaar op feestjes.
    c – Op feestjes hij graag speelt gitaar.
  4. a – De televisie staat uit gezet.
    b – De televisie is uit gezet.
    c – De televisie is gezet uit.
    d – De televisie staat gezet uit.
  5. a – Morgen gaan we in vakantie.
    b – Morgen we gaan in vakantie.
    c – Morgen we gaan op vakantie.
    d – Morgen gaan we op vakantie.
  6. a – Ik weet niet of hij is thuis.
    b – Ik weet niet of thuis hij is.
    c – Ik weet niet of hij thuis is.
    d – Ik weet niet of is hij thuis.
  7. a – Ik bel je op als ik heb mijn huiswerk gedaan.
    b – Ik bel je op als heb ik mijn huiswerk gedaan.
    c – Ik bel je op als ik heb gedaan mijn huiswerk.
    d – Ik bel je op als ik mijn huiswerk heb gedaan.

III – make correct sentences out of these words

  1. het woordenboek ik gebruiken mag ?
  2. altijd ik Sesamstraat kijk naar
  3. naar volgende week Frankrijk ga ik
  4. het feest was ik elke dag wou dat
  5. ik gegeten heb gisteren pannekoeken
  6. de volgorde is van zin deze fout helemaal

Learn dutch for free