Answers reflexive verbs

Reflexive verbs – Answers

Exercise 1

Fill in the reflexive pronoun:

  1. Zal hij zich realiseren wat er gebeurd is?
  2. Bemoei je met je eigen zaken!
  3. Als u nog op tijd wilt zijn, dan moet u zich haasten
  4. Ik heb me deze week al twee keer verslapen
  5. Wij hebben ons heel goed geamuseerd.

Exercise 2

Fill in the right form of the given verb:

  1. zich realiseren
    Realiseert u zich dat alles anders moet?
  2. zich bemoeien met
    Waar bemoeit hij zich mee?
  3. zich haasten
    Hij haast zich om op tijd te komen.
  4. zich verslapen
    Zij heeft zich al drie keer verslapen
  5. zich amuseren
    Wij amuseren ons absoluut niet.
  6. zich verheugen op
    Verheug je je op je vakantie?
  7. zich ergeren
    Ik erger me vaak aan hem
  8. zich herinneren
    Zij herinnert zich dat ongeluk niet meer.
  9. zich vergissen
    Jullie vergissen je, volgens mij.
  10. zich omdraaien
    Hij heeft zich zojuist omgedraaid.

Learn dutch for free

ChatClick here to chat!+