Taalthuis

Prepositions

Fill in all the gaps, then press "Check" to check your answers. Use the "Hint" button to get a free letter if an answer is giving you trouble.
Wij gaan vandaag de trein Amsterdam
Nu zitten wij de trein
Een man brengt ons thee suiker en melk
het tafeltje staat een kopje
Dat kopje is niet ons
Er staat een schaal met appels tafel
Ze betalen veel geld dit huis
Wij maken een wandeling de stad
Hij heeft veel belangstelling muziek
Zij praten het weer
Els wacht al meer dan een uur me
Wij gaan niet zo vaak de bioscoop
Hij zoekt zijn sleutels
Kijk je vaak de televisie ?
Bas gaat bezoek een vriendin
Het station is niet ver mijn huis
De trein vertrekt half acht
De trein vertrekt altijd precies tijd
Ik moet morgen Utrecht
Mijn vader ligt het ziekenhuis
zes uur gaan ze eten
Fred komt te laat school
Ik leen de fiets mijn broer
Hester houdt koekjes
We moeten lang de bus wachten
De kinderen spelen al de hele ochtend elkaar